ECLI:NL:HR:2012:BW7480

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01987
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens niet-hoofdverblijf en strijd met huurvoorwaarden

In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst voor woonruimte centraal. De huurder gebruikte de gehuurde woning niet als hoofdverblijf, hetgeen volgens de huurvoorwaarden niet was toegestaan. De kantonrechter te Rotterdam had eerder de ontbinding uitgesproken, en het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde dit oordeel in hoger beroep.

De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het beroep echter verworpen omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde de eiser tot betaling van de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de wederpartij op nihil werden begroot. Hiermee bleef het arrest van het hof ongewijzigd en werd de ontbinding van de huurovereenkomst definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst bevestigd.

Uitspraak

13 juli 2012
Eerste Kamer
11/01987
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
STICHTING WOONBRON,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Woonbron.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 951443/CV EXPL 09-926 van de kantonrechter te Rotterdam van 5 november 2009;
b. het arrest in de zaak 200.050.550/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 november 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstel-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen Woonbron is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woonbron begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 juli 2012.