ECLI:NL:HR:2012:BW7688
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst beroep in cassatie af inzake voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende X te Z had bezwaar gemaakt tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2006. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft op 9 december 2011 uitspraak gedaan in het verzet van belanghebbende tegen deze aanslag. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep niet ontvankelijk is of niet kan worden toegewezen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Dit artikel bepaalt dat de Hoge Raad het beroep kan afdoen zonder inhoudelijke behandeling als het beroep kennelijk niet tot cassatie kan leiden.
Hierdoor is het beroep in cassatie door de Hoge Raad afgewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage in stand blijft. De voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2006 blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is afgewezen en de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006 blijft ongewijzigd.