ECLI:NL:HR:2012:BW7711
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting: valutawinst op lening voor aandelenverwerving niet vrijgesteld
Belanghebbende, X B.V., had in 2002 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen die deels was verminderd na bezwaar. De rechtbank en het gerechtshof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond. In cassatie stond centraal of de valutawinst op een lening, afgesloten voor de aankoop van aandelen in een Nederlandse dochtervennootschap, buiten de winstberekening mag blijven.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 13, lid 1, Wet Vpb 1969, valutawinst die verband houdt met een deelneming alleen buiten aanmerking blijft indien deze niet middellijk dienstbaar is aan het behalen van in Nederland belastbare winst. Omdat de dochtervennootschap effectief in Nederland vennootschapsbelasting betaalt, is deze uitsluiting niet van toepassing.
Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen. Hiermee is bevestigd dat valutawinst op leningen voor aandelenverwerving in Nederlandse dochtervennootschappen belast blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat valutawinst op lening voor aandelenverwerving in Nederlandse dochtervennootschap niet vrijgesteld is.