ECLI:NL:HR:2012:BW8308
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onteigeningszaak over inkomensschade
In deze zaak stond de vaststelling van de omvang van inkomensschade bij onteigening centraal. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 16 maart 2011, terwijl de gemeente een gedeeltelijk voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep had ingesteld.
De Hoge Raad verwees voor het geding in feitelijke instantie naar eerdere vonnissen van de rechtbank Utrecht en behandelde vervolgens de cassatieberoepen. Zowel het principaal cassatieberoep van eiser als het incidentele cassatieberoep van de gemeente werden verworpen.
De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd tot verwerping van beide beroepen. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde partijen in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 14 september 2012. Hiermee bleef het vonnis van de rechtbank Utrecht in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser en het incidentele cassatieberoep van de gemeente, waarmee het vonnis van de rechtbank Utrecht in stand blijft.