ECLI:NL:HR:2012:BW8308

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02416
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • W.D.H. Asser
  • C.E. Drion
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onteigeningszaak over inkomensschade

In deze zaak stond de vaststelling van de omvang van inkomensschade bij onteigening centraal. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 16 maart 2011, terwijl de gemeente een gedeeltelijk voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep had ingesteld.

De Hoge Raad verwees voor het geding in feitelijke instantie naar eerdere vonnissen van de rechtbank Utrecht en behandelde vervolgens de cassatieberoepen. Zowel het principaal cassatieberoep van eiser als het incidentele cassatieberoep van de gemeente werden verworpen.

De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd tot verwerping van beide beroepen. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde partijen in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 14 september 2012. Hiermee bleef het vonnis van de rechtbank Utrecht in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser en het incidentele cassatieberoep van de gemeente, waarmee het vonnis van de rechtbank Utrecht in stand blijft.

Uitspraak

14 september 2012
Eerste Kamer
11/02416
DV/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het
(gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
GEMEENTE UTRECHT,
zetelende te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het
(gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 223182 van de rechtbank Utrecht van 7 februari 2007, 4 april 2007 en 16 maart 2011;
Het vonnis van de rechtbank van 16 maart 2011 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank van 16 maart 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente heeft - gedeeltelijk voorwaardelijk - incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. J.F. de Groot, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tevens van het incidenteel cassatieberoep, voor zover het voor behandeling in aanmerking komt.
De advocaten van partijen hebben bij brieven van 22 juni 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is vastgesteld op 23 augustus 2012 en gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 september 2012.