ECLI:NL:HR:2012:BW9310

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00236 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Arnhem en een arrest van het Gerechtshof te Arnhem. De aanvrager is veroordeeld voor diefstal en poging tot afpersing. De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria uit artikel 457 Sv Pro en aanverwante bepalingen.

De aanvrage tot herziening moet nieuwe feitelijke omstandigheden bevatten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid, zoals vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. In deze zaak bevatte het verzoek geen dergelijke omstandigheden en voldeed het niet aan de vereisten van artikel 459 Sv Pro betreffende de opgave van bewijsmiddelen.

Daarom heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk is behandeld en dat de eerdere veroordelingen ongewijzigd blijven. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 26 juni 2012.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden.

Uitspraak

26 juni 2012
Strafkamer
nr. S 12/00236 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Arnhem van 21 juni 2011, nummer 05/720141-11, alsmede van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 21 mei 2010, nummer 21/003128-09, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zwolle PPC" te Zwolle.
1. De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van 1. "diefstal" en 2. "diefstal" de maatregel van de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren opgelegd.
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Arnhem van 4 augustus 2009 - de aanvrager ter zake van "poging tot afpersing" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Hoge Raad heeft bovendien kennis genomen van alle nadien, tot aan de datum van dit arrest binnengekomen correspondentie met betrekking tot deze aanvrage.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 juni 2012.