ECLI:NL:HR:2012:BW9860
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Betaling onttrokken gelden en bewijsverdeling bij gezamenlijke rekening tussen broers
In deze civiele zaak vordert verzoeker betaling van onttrokken gelden van zijn broer, verweerder, die gedurende enkele maanden huurpenningen heeft geïnd en bedragen heeft overgeboekt van een gezamenlijke rekening naar zijn eigen rekening. De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit en wees alleen de huurpenningen toe, waarbij het overige afwees wegens onvoldoende bewijs van stortingen op de gezamenlijke rekening.
Verzoeker stelde dat volgens art. 128 RvNA Pro feiten die niet betwist zijn als vaststaand moeten worden aangenomen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist heeft geoordeeld door bewijs te eisen terwijl verweerder de feiten niet betwistte. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat het hof niet duidelijk had geoordeeld over de vordering tot terugbetaling van een bedrag van Afl. 30.000,-- dat verzoeker op de rekening van verweerder had gestort.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij verweerder werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste bewijsopvatting.