ECLI:NL:HR:2012:BW9861

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04567
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen executie bij bijstandsverhaal op onderhoudsplichtige ex-echtgenoot niet-ontvankelijk

In deze zaak gaat het om een verzoek tot cassatie van een man tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij het verzet tegen executie in het kader van bijstandsverhaal op een onderhoudsplichtige ex-echtgenoot niet-ontvankelijk werd verklaard.

De man was onderhoudsplichtig en de Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum Onderbanken Landgraaf had bijstandsverhaal ingesteld. Na een beschikking van de rechtbank Maastricht en een daaropvolgende beschikking van het gerechtshof, stelde de man beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken en concludeert dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkheid van het verzet tegen executie in deze context.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzet tegen executie wordt als niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

14 september 2012
Eerste Kamer
11/04567
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
INTERGEMEENTELIJKE SOCIALE DIENST BRUNSSUM ONDERBANKEN LANDGRAAF,
gevestigd te Brunssum,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de Intergemeentelijke Sociale Dienst.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 147191/FA RK 10-15 van de rechtbank Maastricht van 26 oktober 2010;
b. de beschikking in de zaak HV 200.081.165/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 juli 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Intergemeentelijke Sociale Dienst heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is vastgesteld op 30 augustus 2012 en gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 september 2012.