ECLI:NL:HR:2012:BW9867
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over matiging loonvordering wegens beëindiging consignatiedienst
De zaak betreft een loonvordering van [eiser], die van 1960 tot 2007 in dienst was bij Sappi en deelnam aan een consignatieregeling met vaste toeslag en overwerkvergoeding. Sappi beëindigde in december 2004 de consignatiedienst wegens vermeende schendingen door [eiser], wat hij betwistte. De rechtbank kende gedeeltelijk loon toe, het hof oordeelde dat Sappi onvoldoende bewijs leverde voor de beëindiging en dat doorbetaling van loon verplicht was, maar matigde de vordering op grond van art. 6:248 lid 2 BW Pro vanwege het tijdsverloop.
De Hoge Raad stelt dat matiging van loonvorderingen slechts mogelijk is indien toewijzing tot onaanvaardbare gevolgen leidt en dat het hof onvoldoende terughoudendheid betrachtte. Het enkele tijdsverloop rechtvaardigt geen matiging, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aantonen dat de werknemer de procedure bewust heeft vertraagd en daarmee succes behaalde.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Sappi wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch.