ECLI:NL:HR:2012:BW9956
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 3 juli 2012 uitspraak gedaan in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 september 2009. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de straf.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro zou zijn overschreden gegrond was. Door de vertraging van meer dan 12 maanden bij de behandeling in cassatie werd de straf verminderd tot 22 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voor het overige werd het beroep verworpen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot verdere vernietiging en bevestigde dat de strafvermindering passend was gezien de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 22 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn.