ECLI:NL:HR:2012:BW9966
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid vervolging smaadschrift minister-president als ambtenaar
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging van verdachte wegens het openlijk tentoonstellen van een geschrift en afbeeldingen die de eer en goede naam van minister-president Balkenende aantasten. Het hof had geoordeeld dat de tenlastelegging toegesneden was op art. 261 jo Pro. 267 Sr en dat op grond van art. 269 Sr Pro geen klacht vereist was voor vervolging.
De verdediging voerde aan dat het klachtvereiste van art. 164 Sv Pro niet was vervuld en dat de minister-president niet als ambtenaar kon worden aangemerkt. Het hof verwierp deze verweren en kwalificeerde de minister-president als ambtenaar omdat deze een functie met openbaar karakter bekleedt en bij koninklijk besluit wordt benoemd en ontslagen (art. 43 Gw Pro).
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de vervolging ontvankelijk was zonder klacht en dat de minister-president als ambtenaar in de zin van art. 267 Sr Pro moet worden beschouwd. De overige middelen faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vervolging van verdachte wegens smaadschrift tegen de minister-president ontvankelijk is zonder klacht en kwalificeert de minister-president als ambtenaar.