ECLI:NL:HR:2012:BX0735

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01999
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling wettelijke rente over afkoopsom erfpacht en uitleg erfpachtovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal of de Gemeente Amsterdam gehouden was tot betaling van wettelijke rente over de afkoopsom van erfpacht aan Het Groenland Amsterdam B.V. De procedure begon bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, waarna het gerechtshof te 's-Hertogenbosch een arrest wees dat door de Gemeente in cassatie werd aangevochten. Het Groenland stelde een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de Gemeente verworpen en daarmee het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De klachten van de Gemeente konden geen cassatie leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het voorwaardelijk incidentele beroep van Het Groenland kwam daardoor niet aan de orde.

De Hoge Raad veroordeelde de Gemeente in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee de uitleg van de erfpachtovereenkomst en de verplichting tot betaling van wettelijke rente over de afkoopsom. De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens op 21 september 2012.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Gemeente en bevestigt de verplichting tot betaling van wettelijke rente over de afkoopsom erfpacht.

Uitspraak

21 september 2012
Eerste Kamer
11/01999
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
HET GROENLAND AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en Het Groenland.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 151943/HA ZA 06-2535 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 maart 2007 en 29 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak HD 200.025.598 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. Het Groenland heeft incidenteel cassatiebroep ingesteld. Naar de Hoge Raad begrijpt, is het incidenteel beroep voorwaardelijk ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
In het principale cassatieberoep heeft Het Groenland geconcludeerd tot referte ten aanzien van middelonderdeel 2, en tot niet-ontvankelijkheid althans tot verwerping ten aanzien van de overige middelonderdelen. In het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep heeft de Gemeente geconcludeerd tot, primair, verwerping en subsidiair tot gegrondbevinding.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door mr. F.E. Vermeulen en mr. M.F. Noome, advocaten te Amsterdam. Voor Het Groenland is de zaak toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van de Gemeente heeft bij brief van 13 juli 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Het Groenland begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 september 2012.