ECLI:NL:HR:2012:BX0799
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor grafschennis door schending graf en aanraking overledene
Op 27 augustus 2008 heeft verdachte het nog geopende graf van zijn overleden partner op de Begraafplaats Frederik Roeskestraat te Amsterdam betreden. Hij verwijderde het deksel van de kist en raakte het lichaam van zijn partner aan. Diverse getuigen en opsporingsambtenaren verklaarden dat verdachte dronken was, agressief handelde en de integriteit van het graf heeft geschonden.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft deze handelingen gekwalificeerd als grafschennis in de zin van artikel 149 van Pro het Wetboek van Strafrecht en heeft verdachte daarvoor veroordeeld. De verdediging voerde aan dat de handelingen niet als grafschennis konden worden aangemerkt, mede omdat het een gebruikelijke wijze van afscheid nemen zou betreffen.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen. Het hof heeft volgens de Hoge Raad niet onjuist geoordeeld en voldoende gemotiveerd dat het betreden van het geopende graf, het verwijderen van het kistdeksel en het aanraken van de overledene de integriteit van het graf schonden en daarmee grafschennis vormden. De klacht faalt en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor grafschennis wegens het opzettelijk schenden van het graf van zijn overleden partner.