ECLI:NL:HR:2012:BX0923
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van wrakingsverzoek na uitspraak in hoofdzaak
Verzoeker heeft in twee cassatiezaken bij de Hoge Raad beroep ingesteld. In beide zaken is op 6 en 20 april 2012 uitspraak gedaan door de respectievelijke kamers van de Hoge Raad. Na deze uitspraken heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die de arresten hadden gewezen.
De wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam verklaarde zich onbevoegd en verwees het verzoek naar de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het wrakingsverzoek op 14 juni 2012, dus na de datum van de uitspraken in de hoofdzaak.
De Hoge Raad oordeelt dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de uitspraak in de hoofdzaak is gedaan. Daarom wordt het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing is genomen door de president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2012.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.