ECLI:NL:HR:2012:BX1508
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag herziening wegens onvoldoende bewijs zonder geurproef bij afpersing met geweld
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een veroordeling voor afpersing gepleegd op 14 november 2003 in Almere. De aanvrager werd veroordeeld tot vijftien maanden jeugddetentie, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De aanvraag tot herziening is gebaseerd op de stelling dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, onbetrouwbaar was vanwege protocolafwijkingen.
De Hoge Raad overweegt dat geuridentificatieproeven in de betreffende periode als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen. Echter, in deze zaak kan het bewezenverklaarde ook zonder het resultaat van de geurproef worden vastgesteld op basis van verklaringen van de slachtoffers en andere bewijsstukken.
De rechtbank had vastgesteld dat de verdachte samen met een ander met geweld en bedreiging een videotheek had overvallen, waarbij onder meer een vuurwapen werd gebruikt. Slachtoffers herkenden de verdachte als de lange man die de beveiligingsvideoband uit de recorder haalde. De verdachte gaf een verklaring die afweek van die van anderen. Gezien deze feiten acht de Hoge Raad de aanvraag ongegrond en wijst deze af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af omdat het bewezenverklaarde ook zonder de geuridentificatieproef kan worden vastgesteld.