ECLI:NL:HR:2012:BX3863
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrekperiode rijbewijsinvordering bij ontzegging rijbevoegdheid
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de verdachte werd veroordeeld tot een rijontzegging van zes maanden wegens het rijden met een snelheid van circa 170 km/u waar 100 km/u was toegestaan.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de tijd dat het rijbewijs van de verdachte was ingevorderd en ingehouden, met name vanaf 8 december 2009, volledig in mindering moest worden gebracht op de duur van de opgelegde ontzegging. Het hof had slechts de periode van 21 tot en met 25 september 2009 in mindering gebracht, omdat de verdachte zijn rijbewijs na 8 december 2009 niet daadwerkelijk had ingeleverd.
De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist is. Gelet op het feit dat de verdachte zijn rijbewijs op 21 september 2009 had ingeleverd in een eerdere zaak die met een transactie eindigde en dat hij het rijbewijs op 8 december 2009 nog niet had teruggekregen, moet het rijbewijs vanaf die datum als ingevorderd en ingehouden worden beschouwd. Daarom had het hof de volledige periode vanaf 8 december 2009 in mindering moeten brengen op de rijontzegging.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het niet aan deze aftrekplicht heeft voldaan en beveelt dat de tijd dat het rijbewijs vanaf 8 december 2009 ingevorderd was, in mindering wordt gebracht. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt dat de periode vanaf 8 december 2009 dat het rijbewijs ingevorderd was, in mindering wordt gebracht op de opgelegde rijontzegging van zes maanden.