ECLI:NL:HR:2012:BX4045
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens geheel tegemoetkomen inspecteur
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boete opgelegd over mei 2005. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de naheffingsaanslag en verminderde de boete. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde de boetebeschikking en stelde de boete opnieuw vast.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De Staatssecretaris kwam in cassatiefase geheel tegemoet aan het standpunt van belanghebbende door de boete verder te verminderen. Hierdoor was er geen geschil meer over het bestuursbesluit.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk is, conform eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten, omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen.
De uitspraak bevestigt dat wanneer een bestuursorgaan in cassatiefase volledig tegemoetkomt aan de bezwaren, het beroep niet-ontvankelijk verklaard wordt en de proceskostenregel van toepassing is. Dit bevordert rechtszekerheid en efficiëntie in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang; de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.