ECLI:NL:HR:2012:BX4260
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij bezit hennepplanten in bedrijfspand
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een hoeveelheid hennepplanten in een bedrijfspand te Utrecht. Het hof had vastgesteld dat verdachte samen met zijn broer, mede-eigenaar van het pand en het schildersbedrijf, willens en wetens betrokken was bij de hennepkwekerij die in het pand was ingericht.
De bewezenverklaring was gebaseerd op diverse proces-verbalen van politieonderzoeken, waaronder de vaststelling van hennepplanten via determinatie en drugstesten, verklaringen van de medeverdachte en verdachte zelf, en het feit dat de kwekerij in het gezamenlijke bedrijfspand was gevestigd. Verdachte had zich niet gedistantieerd van de kwekerij.
Het cassatiemiddel klaagde dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen aan te tonen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het bewijs toereikend was om medeplegen vast te stellen. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen.
Deze uitspraak bevestigt dat medeplegen kan worden aangenomen op basis van gezamenlijke feitelijke betrokkenheid en het niet distantiëren van een strafbaar feit binnen een gezamenlijk beheerd pand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van bezit hennepplanten.