ECLI:NL:HR:2012:BX4304

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04788 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WWMArt. 13 WWMArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking inzake onttrekking luchtdrukwapen aan het verkeer

De zaak betreft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een luchtdrukwapen dat op 5 juni 2010 rechtmatig in beslag is genomen bij de verdachte. De rechtbank had de vordering afgewezen omdat het voorhanden hebben van het luchtdrukwapen geen strafbare handeling zou zijn en het ongecontroleerde bezit niet in strijd met de wet of het algemeen belang. De rechtbank baseerde zich mede op het feit dat de verdachte niet is vervolgd voor overtreding van artikel 13 van Pro de Wet wapens en munitie.

De Officier van Justitie stelde dat het luchtdrukwapen valt onder categorie I sub 7 van de Wet wapens en munitie en dat het ongecontroleerde bezit daarvan wel degelijk in strijd is met de wet en het algemeen belang. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het oordeel dat het voorhanden hebben van het luchtdrukwapen geen strafbare handeling is, niet zonder meer begrijpelijk is.

Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift. De Hoge Raad benadrukt dat de rechtbank een discretionaire bevoegdheid heeft om te beslissen over onttrekking aan het verkeer, maar dat deze beslissing zorgvuldig en voldoende gemotiveerd moet zijn.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

25 september 2012
Strafkamer
nr. S 11/04788 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Haarlem van 14 juli 2011, nummer RK 11/811, op een vordering als bedoeld in art. 552f van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door de Officier van Justitie in de beschikking tegen:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzing van de zaak als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat de Rechtbank de afwijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van een luchtdrukwapen ontoereikend heeft gemotiveerd.
2.2.1. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer houdt het volgende in:
"Zakelijk weergegeven voeren als volgt het woord:
(...)
De officier van justitie:
(...)
Het luchtdrukgeweer is, zoals blijkt uit het proces-verbaal van technisch onderzoek, een wapen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie I sub 7, van de Wet wapens en munitie, dat niet in het verkeer mag terugkomen."
2.2.2. De bestreden beschikking houdt het volgende in:
"Vast is komen te staan, dat bedoeld luchtdrukwapen op 5 juni 2010 op rechtmatige wijze onder klager in beslag is genomen en dat het beslag nog voortduurt.
Namens klager is er - zakelijk weergegeven - op gewezen, dat onttrekking aan het verkeer alleen kan plaatsvinden indien er sprake is van een zodanige samenhang met het feit waarvoor klager is veroordeeld, hetgeen uit de uitspraak zou moeten blijken, dan wel op basis van het gevaarlijkheidcriterium en/of het ongecontroleerd bezit. Beide situaties doen zich, aldus het betoog van de raadsvrouwe, niet voor.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat met behulp van het in beslag genomen luchtdrukwapen het strafbare feit is begaan en het inbeslaggenome - nu dat valt onder categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie - van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Bij de beoordeling van de vordering stelt de rechtbank het volgende voorop.
Op de voet van artikel 36b, eerste lid, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) juncto artikel 552f Sv kan de rechtbank een in beslag genomen voorwerp onttrekken aan het verkeer. De rechtbank heeft te dezen mitsdien een discretionaire bevoegdheid en kan na weging van de feiten en omstandigheden van het geval en na afweging van de belangen van klager tegenover die van de strafvordering in het algemeen, besluiten om de maatregel al dan niet op te leggen.
In het voorliggende geval heeft de politierechter klager veroordeeld voor bedreiging op 5 juni 2010 en vrijgesproken van de dreigende woorden die daarbij zouden zijn geuit. De politierechter heeft ter zake met toepassing van artikel 9a Sr geen straf opgelegd. Voorts is relevant dat uit het strafdossier valt op te maken dat verdachte op 5 juni 2010 met het luchtdrukwapen niet op de openbare weg is geweest maar in zijn huis dan wel op zijn erf is gebleven.
Bij de beoordeling van de vordering hecht de rechtbank belang aan de omstandigheid, dat verdachte volgens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister tot aan evenbedoelde veroordeling niet eerder met justitie in aanraking is geweest.
Ten slotte is van betekenis dat verdachte ter zake van het voorhanden hebben van het luchtdrukwapen niet op de voet van artikel 13 van Pro de Wet wapens en munitie is vervolgd, wat steun biedt aan de gedachte dat het voorhanden hebben van dat luchtdrukwapen kennelijk geen strafbare handeling is.
De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel, dat strafvordering in dit geval niet eist dat evenbedoeld luchtdrukwapen aan het verkeer moet worden onttrokken. De vordering van de officier van justitie moet daarom worden afgewezen."
2.3. Door te overwegen dat het voorhanden hebben van het in de vordering van de Officier van Justitie bedoelde luchtdrukwapen "geen strafbare handeling" is heeft de Rechtbank kennelijk geoordeeld dat het ongecontroleerde bezit daarvan niet in strijd is met de wet of het algemeen belang. In aanmerking genomen dat de Officier van Justitie zich op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een voorwerp als bedoeld in art. 2, eerste lid categorie I onder 7°, Wet wapens en munitie (hierna: WWM) is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. De enkele omstandigheid dat - zoals de Rechtbank heeft vastgesteld - jegens de verdachte geen vervolging is ingesteld wegens overtreding van art. 13 WWM Pro kan dat oordeel niet dragen. Het middel klaagt terecht dat de bestreden beschikking ontoereikend is gemotiveerd.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2012.