ECLI:NL:HR:2012:BX5166
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering bij weerlegging betrouwbaarheid bewijsmiddel
Op 2 oktober 2012 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 november 2010. Verdachte werd onder meer verweten een diefstal te hebben gepleegd waarbij hij geweld gebruikte tegen het slachtoffer.
Het hof had vastgesteld dat verdachte het slachtoffer had geduwd en geslagen tijdens de diefstal, waarbij het hof de verklaring van het slachtoffer en de vastgestelde zwelling aan het gezicht als betrouwbaar beschouwde. Verdachte voerde aan dat hij alleen met een muis had geduwd en dat hij pijn had door een eerdere operatie.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat feiten die worden gebruikt om de betrouwbaarheid van bewijsmiddelen te weerleggen niet als redengevend voor de bewezenverklaring gelden. Het middel van verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarop het de constatering van de zwelling had gebaseerd, wordt als vruchteloos beoordeeld.
Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak over de bewijswaardering en de grenzen van het gebruik van feiten bij de weerlegging van bewijsverweren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.