ECLI:NL:HR:2012:BX5558
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, uitgesproken op 28 juni 2011. Verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. De advocaat van verdachte heeft schriftelijk middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken op 9 oktober 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.