ECLI:NL:HR:2012:BX6652
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in hoofdzaak
Verzoeker heeft in een cassatieprocedure een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die het arrest in die zaak hadden gewezen. Dit verzoek werd ingediend nadat de uitspraak in de hoofdzaak al was gedaan. De Hoge Raad overweegt dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat het arrest in de hoofdzaak is gewezen. Daarom wordt het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure begon met het instellen van cassatie door verzoeker, waarna de datum van de uitspraak en de samenstelling van de kamer werden meegedeeld. Pas na de uitspraak diende verzoeker het wrakingsverzoek in. De Hoge Raad benadrukt het belang van tijdige indiening van wrakingsverzoeken en wijst het verzoek af op formele gronden.
De beslissing is genomen door de Vierde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van president Corstens, en in aanwezigheid van de raadsheren Van Oven en Wortel. De uitspraak bevestigt de onmogelijkheid van wraking na het wijzen van het arrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.