ECLI:NL:HR:2012:BX6713
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- M.A. Loth
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat bij Hoge Raad
Verzoekster heeft op de laatste dag van de termijn beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden. Het verzoekschrift was echter niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door de advocaat die haar bij het hof had bijgestaan. Volgens art. 426a lid 1 Rv is ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad verplicht.
Hoewel verzoekster binnen twee weken een nieuw exemplaar van het verzoekschrift indiende met de naam van een advocaat bij de Hoge Raad, ontbrak de vereiste handtekening alsnog. Hierdoor kon het gebrek niet worden hersteld. De Advocaat-Generaal adviseerde dan ook tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk. De beschikking werd gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Loth, Snijders en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 7 september 2012.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het ontbreken van de vereiste handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.