ECLI:NL:HR:2012:BX6962
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-erkentenis buitenlandse adoptie en erkenning bij interlandelijke adoptie
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om voogdij over een minderjarige die in Polen geboren is en door een Nederlandse man en vrouw is erkend en geadopteerd. De man erkende het kind in Polen, waarna de Poolse rechter de adoptie door de vrouw uitsprak.
De Nederlandse rechtbank en het hof stelden vast dat de erkenning door de man in Polen in Nederland geen rechtsgevolg heeft, omdat deze erkenning kennelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Dit omdat de erkenning werd gebruikt om de regels van interlandelijke adoptie te omzeilen zoals vastgelegd in het Haags Adoptieverdrag 1993.
Het hof oordeelde ook dat de adoptie door de vrouw niet rechtsgeldig is in Nederland omdat zij ten tijde van de adoptieprocedure haar gewone verblijfplaats in Nederland had, waardoor het Haags Adoptieverdrag van toepassing is en de adoptie niet aan de vereisten daarvan voldeed.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de erkenning en adoptie niet erkend kunnen worden omdat deze de Nederlandse openbare orde schenden en niet voldoen aan het internationale verdrag. De Hoge Raad benadrukte dat voor een erkenning niet vereist is dat de erkenner de biologische vader is, maar dat de erkenning in dit geval werd gebruikt om de regelgeving te omzeilen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de buitenlandse erkenning en adoptie niet erkend worden in Nederland wegens strijd met de openbare orde en het Haags Adoptieverdrag.