ECLI:NL:HR:2012:BX7198

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05671
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:43 AwbArt. 29 AWRArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verlenging termijn conclusie van repliek in belastingzaak

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2007 aanslagen opgelegd op inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en premie Zorgverzekeringswet. Na bezwaar en een uitspraak van de Inspecteur die de aanslagen handhaafde, verklaarde de Rechtbank Breda het beroep ongegrond. Het Hof vernietigde deze uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslagen. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.

De Hoge Raad behandelde onder meer het verzoek van belanghebbende om verlenging van de termijn voor het indienen van de conclusie van repliek. Dit verzoek werd afgewezen omdat vakantie van de gemachtigde geen bijzondere omstandigheid vormt die verlenging rechtvaardigt. De klachten van belanghebbende tegen deze afwijzing konden niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om verlenging van de termijn voor conclusie van repliek wordt afgewezen.

Uitspraak

14 september 2012
nr. 11/05671
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 november 2011, nr. 11/00333, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor het jaar 2007 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 10/3252) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de aanslagen verminderd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Verzoek om verlenging van de termijn voor indiening conclusie van repliek
3.1. Bij brief van 2 maart 2012 heeft de Hoge Raad de gemachtigde van belanghebbende in de gelegenheid gesteld binnen vier weken een conclusie van repliek in te dienen. Bij brief van 17 maart 2012 heeft de gemachtigde de Hoge Raad verzocht om verlenging van de hem gegeven termijn, aangezien hij de volgende dag op vakantie zou gaan.
3.2. De Hoge Raad heeft dit verzoek afgewezen. De gemachtigde heeft zich daarover beklaagd.
3.3. Een termijn van vier weken zoals ook in deze zaak gesteld, is als regel voldoende om een partij gelegenheid te bieden voor het geven van een reactie op het verweerschrift van de andere partij. Bij aanwezigheid van bijzondere omstandigheden kan er aanleiding zijn de termijn voor het indienen van een conclusie van repliek te verlengen. De enkele omstandigheid dat de gemachtigde in verband met zijn vakantie gedurende een deel van de termijn afwezig zal zijn, geldt niet als een bijzondere omstandigheid in vorenbedoelde zin.
4. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2012.