ECLI:NL:HR:2012:BX7480

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03673
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omvang schadevergoeding erfgenaam door valse boedelbeschrijving

Eiseressen vorderden schadevergoeding van verweerder wegens vermogensschade die zij leden als erfgenamen door een onjuiste boedelbeschrijving. De rechtbank Arnhem wees hun vordering af, maar het gerechtshof Arnhem oordeelde anders en kende een schadevergoeding toe. Verweerder verscheen niet in cassatie, waarop verstek werd verleend.

De Hoge Raad verwees naar het vonnis van de rechtbank en het arrest van het gerechtshof, die aan het arrest gehecht zijn. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer. Het beroep werd verworpen en eiseressen werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die nihil werden begroot aan de zijde van verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

26 oktober 2012
Eerste Kamer
11/03673
RM/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Eiseressen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseressen] en verweerder als [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 190259 / HA ZA 09-1732 van de rechtbank Arnhem van 31 maart 2010;
b. het arrest in de zaak 200.072.289 van het gerechtshof te Arnhem van 19 april 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseressen] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseressen] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 26 oktober 2012.