ECLI:NL:HR:2012:BX7830
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gegrondheid beroep Minister inzake aanslag vennootschapsbelasting
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 21 september 2012 uitspraak gedaan over een geschil tussen belanghebbende, een vennootschap, en de Minister van Financiën betreffende een aanslag vennootschapsbelasting. Het geschil kwam voort uit een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 mei 2010.
Belanghebbende had een incidenteel beroep in cassatie ingesteld, dat door de Hoge Raad als ongegrond werd verklaard. De Minister van Financiën had een principaal beroep in cassatie ingesteld, dat door de Hoge Raad gegrond werd verklaard. Deze uitspraak bevestigt daarmee de juistheid van het standpunt van de Minister.
De zaak betreft de fiscale beoordeling van een door belanghebbende opgelegde aanslag vennootschapsbelasting, waarbij het cassatieberoep van de Minister gericht was op het corrigeren van de uitspraak van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft met deze uitspraak het arrest van het gerechtshof vernietigd en het standpunt van de Minister bekrachtigd.
Uitkomst: Het incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het principale beroep van de Minister gegrond verklaard.