ECLI:NL:HR:2012:BX7849

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03692
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vaststelling huurprijs bedrijfsruimte na deskundigenonderzoek

In deze zaak stond de vaststelling van de huurprijs van bedrijfsruimte centraal, waarbij meerdere vonnissen en arresten van lagere rechterlijke instanties aan de Hoge Raad waren voorgelegd. De procedure betrof een langdurig geschil tussen eiser en St. Gerlach, waarbij deskundigenonderzoek een belangrijke rol speelde.

De Hoge Raad verwijst in haar arrest naar eerdere vonnissen van de kantonrechter Maastricht en arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, die de basis vormden voor het cassatieberoep. Dit beroep richtte zich tegen enkele arresten van het hof, maar werd door de Hoge Raad verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de eerdere beslissingen en wijst het beroep af.

De kosten van het cassatiegeding worden aan eiser opgelegd, terwijl St. Gerlach verstek heeft laten gaan. Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere vaststelling van de huurprijs blijft in stand.

Uitspraak

23 november 2012
Eerste Kamer
11/03692
RM/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
PROJECTONTWIKKELING SINT GERLACH B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en St. Gerlach.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 122664 CV EXPL 02-2688 van de kantonrechter te Maastricht van 29 januari 2003, 25 juni 2003, 16 november 2005 en 14 juni 2006;
b. de arresten in de zaak HD 103.004.119 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 14 april 2009, 15 september 2009, 14 september 2010, 8 februari 2011 en 24 mei 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 15 september 2009, 14 september 2010 en 24 mei 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen St. Gerlach is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] namens haar advocaat toegelicht door mr. J.L.H. Holthuijsen, advocaat te Maastricht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 25 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van St. Gerlach begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 november 2012.