ECLI:NL:HR:2012:BX7885

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02289
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek tot faillietverklaring in cassatie

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam verworpen. Het geschil betrof de beoordeling van een verzoek tot faillietverklaring van verweerster. De rechtbank Amsterdam had eerder een beschikking gegeven, waarna het gerechtshof het verzoek heeft beoordeeld en een arrest heeft gewezen.

Verzoeker stelde in cassatie diverse klachten aan het hofarrest, maar deze konden niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het beroep van verzoeker af. De zaak betrof toepassing van het faillissementsrecht, met name de beoordeling van het verzoek tot faillietverklaring op grond van de Faillissementswet. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie, waardoor de procedure zich vooral richtte op de stellingen van verzoeker en de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

2 november 2012
Eerste Kamer
12/02289
RM/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 503323 / FT-RK 11.2502 van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2011;
b. het arrest in de zaak 200.102.427/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 april 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De zaak is voor [verzoeker] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 27 september 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 november 2012.