ECLI:NL:HR:2012:BX8086
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging tot moord en seksueel binnendringen
De zaak betreft een 15-jarige dochter die door haar vader werd geprobeerd te wurgen in een kelderruimte en met een zaklamp en hamer tegen haar hoofd werd geslagen. Daarnaast had de verdachte gedurende vijf maanden een seksuele relatie met zijn minderjarige dochter, wat neerkomt op seksueel binnendringen bij iemand onder de 16 jaar.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op vermeende schending van artikel 342 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, maar de Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juni 2011 en verwierp het beroep van de verdachte. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 2 oktober 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens poging tot moord en seksueel binnendringen bij een minderjarige.