ECLI:NL:HR:2012:BX8106

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02997 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in strafzaak op grond van onvoldoende nieuwe feiten

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Alkmaar uit 2003, waarbij de aanvrager werd ontslagen van alle rechtsvervolging wegens opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en levensgevaar.

De Hoge Raad beoordeelde of het herzieningsverzoek voldeed aan de wettelijke vereisten, met name of het verzoek nieuwe, feitelijke omstandigheden bevatte die bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend waren en die het onderzoek zouden kunnen beïnvloeden.

De aanvrage bleek geen nieuwe feiten of bewijsmiddelen te bevatten die aan deze criteria voldeden. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen en werd het niet-ontvankelijk verklaard.

Hiermee bevestigde de Hoge Raad de strikte toepassing van de regels omtrent herziening, waarbij alleen nieuwe, relevante feiten tot een heropening van de zaak kunnen leiden.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten.

Uitspraak

25 september 2012
Strafkamer
nr. S 12/02997 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Alkmaar van 12 augustus 2003, nummer 14/010016-03, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is" niet strafbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging met het bevel dat de aanvrager ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 25 september 2012.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.