ECLI:NL:HR:2012:BX8454
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 2 oktober 2012 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen die het cassatieberoep bevatten niet tot cassatie konden leiden, behalve het middel dat klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, en de Hoge Raad deed uitspraak nadat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Hierdoor werd de redelijke termijn overschreden, wat leidde tot een vermindering van de gevangenisstraf met zes jaren. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en bepaalde dat de straf werd verminderd tot vijf jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.