ECLI:NL:HR:2012:BX9024

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04582
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 401a lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen tussenarresten wegens art. 401a lid 2 Rv

Eiseres heeft cassatieberoep ingesteld tegen twee tussenarresten van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Deze tussenarresten bevatten rolbeslissingen waarbij eiseres niet tijdig haar memorie van grieven heeft genomen en diverse processuele verzoeken zijn afgewezen.

Volgens art. 401a lid 2 Rv kan cassatie alleen worden ingesteld tegen tussenarresten gelijktijdig met het eindarrest, tenzij de rechter anders bepaalt. Het hof had geen afwijkende beslissing genomen. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseres niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van REM nihil zijn vastgesteld. De uitspraak is gedaan door een kamer van drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer van Oven op 14 december 2012.

Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen tussenarresten op grond van art. 401a lid 2 Rv.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
11/04582
DV/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats], Israël,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
R.E.M. HOLDING B.V.,
gevestigd te Prinsenbeek, gemeente Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en REM.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 205707/HA ZA 09-1200 van de rechtbank Breda van 26 augustus 2009 en 12 mei 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.078.941 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 mei 2011, 16 augustus 2011 en 8 november 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 31 mei 2011 en 16 augustus 2011 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen REM is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Bij het hiervoor genoemde arrest van 31 mei 2011 heeft de rolraadsheer van het hof akte van niet-dienen tegen [eiseres] verleend met betrekking tot de door haar te nemen memorie van grieven. Bij het arrest van 16 augustus 2011 heeft de rolraadsheer diverse processuele verzoeken van [eiseres] afgewezen, waaronder een verzoek tot het mogen bepleiten van de zaak. Beide arresten zijn tussenarresten als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, waarvan slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Nu het hof niet anders heeft bepaald, is [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van REM begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.