ECLI:NL:HR:2012:BX9478
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tot herziening wegens onvoldoende nieuw bewijs valsheid in geschrift
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de aanvrager is veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrift. De aanvrager stelt dat niet hij, maar zijn broer de kentekenbewijzen van een Mercedes heeft vervalst, en dat deze verklaring nieuw bewijs vormt dat tot vrijspraak zou moeten leiden.
De Hoge Raad beoordeelt deze stelling aan de hand van de handgeschreven verklaring van de broer, waarin deze bekent de vervalsing te hebben gepleegd uit angst zijn rijbewijzen te verliezen. De Hoge Raad constateert echter dat deze verklaring onvoldoende steun vindt in eerdere politieverklaringen en dat de aanvraag geen verklaring geeft voor het eerdere bekentenisgedrag van de aanvrager.
Daarnaast ondersteunt de verklaring niet het argument dat de aanvrager de schuld op zich heeft genomen vanwege financiële motieven of de gezinssituatie van zijn broer. Gezien deze omstandigheden wekt de aangevoerde omstandigheid geen ernstig vermoeden dat het onderzoek anders had moeten verlopen.
Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening kennelijk ongegrond en wijst deze af, waarmee de eerdere veroordeling blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens onvoldoende ernstig vermoeden van onrechtmatige veroordeling.