ECLI:NL:HR:2012:BX9558
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding en verwerping bezwaren tegen aanpassing tenlastelegging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld. De Hoge Raad beoordeelde onder meer de vordering tot aanpassing van de tenlastelegging op grond van artikel 314a Wetboek van Strafvordering en het specialiteitsbeginsel uit het Europees Aanhoudingsbevel (EAB).
De Hoge Raad oordeelde dat de verdachte niet in zijn verdediging was geschaad door de aanpassing van de tenlastelegging, mede omdat de raadsman geen bezwaar had gemaakt. Tevens werd vastgesteld dat de vermeende aanvullende feiten al onderdeel uitmaakten van het oorspronkelijke EAB, zodat geen strijd met het specialiteitsbeginsel bestond.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot negen jaren. De overige middelen werden verworpen, en het arrest van het hof werd vernietigd uitsluitend wat betreft de strafoplegging.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot negen jaren wegens overschrijding redelijke termijn; overige klachten verworpen.