ECLI:NL:HR:2012:BX9753

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02773
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding heersend erf bij opheffing erfdienstbaarheden in ruilverkaveling

In deze zaak stond de vergoeding voor het heersend erf centraal na de opheffing van erfdienstbaarheden in het kader van een ruilverkaveling. Eiser, wonende te een woonplaats, was het niet eens met de beslissing van de Landinrichtingscommissie in de ruilverkaveling 'Doniawerstal'. Hij stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 18 mei 2011.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen van de rechtbank en de stukken van het cassatieproces. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de advocaten van partijen hebben gereageerd. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiser verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de Landinrichtingscommissie zijn begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest werd gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, M.V. Polak en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven op 14 december 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
11/02773
EE/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
DE LANDINRICHTINGSCOMMISSIE IN DE RUILVERKAVELING 'DONIAWERSTAL',
gevestigd te Leeuwarden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Landinrichtingscommissie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 108629/HA ZA 10-1044 van de rechtbank Leeuwarden van 30 maart 2011 en 18 mei 2011.
Het vonnis van 18 mei 2011 van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van 18 mei 2011 van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaten van partijen hebben bij brieven van 19 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.