ECLI:NL:HR:2012:BX9753
Hoge Raad
- Cassatie
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- M.V. Polak
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vergoeding heersend erf bij opheffing erfdienstbaarheden in ruilverkaveling
In deze zaak stond de vergoeding voor het heersend erf centraal na de opheffing van erfdienstbaarheden in het kader van een ruilverkaveling. Eiser, wonende te een woonplaats, was het niet eens met de beslissing van de Landinrichtingscommissie in de ruilverkaveling 'Doniawerstal'. Hij stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 18 mei 2011.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen van de rechtbank en de stukken van het cassatieproces. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de advocaten van partijen hebben gereageerd. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad heeft het beroep van eiser verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de Landinrichtingscommissie zijn begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest werd gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, M.V. Polak en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven op 14 december 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.