ECLI:NL:HR:2012:BX9791

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:23 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep cassatie in koopwoninggeschil over gebreken en klachttermijn

Eiseres heeft cassatieberoep ingesteld tegen meerdere arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage in een zaak betreffende de koop van een woning en de daaruit voortvloeiende gebreken. De procedure betrof de vraag of de klachttermijn van artikel 7:23 lid 1 BW Pro van toepassing was en of de gebreken tijdig waren gemeld.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en constateert dat de klachten in het cassatiemiddel geen aanleiding geven tot cassatie. De klachten zijn niet van dien aard dat zij rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep van eiseres en veroordeelt haar in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerders nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

30 november 2012
Eerste Kamer
11/04571
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 03/2381 van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 februari 2004;
b. de arresten in de zaak 105.001.634/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 oktober 2006, 12 juni 2008, 28 april 2009, 9 februari 2010 en 7 juni 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen voornoemde arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 november 2012.