ECLI:NL:HR:2012:BX9941
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskostenvergoeding in belastingzaken
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting. Na bezwaar werden deze aanslagen gehandhaafd door de Inspecteur, waarna belanghebbende beroep instelde bij het hof. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de Inspecteursbesluiten en mat de aanslagen, verhogingen en boeten naar beneden.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen 1 tot en met 5 niet tot cassatie konden leiden, maar middel 6 over de proceskostenvergoeding gegrond was. Het hof had ten onrechte de factor 1,5 niet toegepast op de proceskostenvergoeding zoals voorgeschreven in onderdeel C2 van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de proceskostenvergoeding, stelde de vergoeding vast op € 641,50 en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd op 12 oktober 2012 gewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor wat betreft de proceskostenvergoeding en stelt deze hoger vast conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.