ECLI:NL:HR:2012:BY0789
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid aanvraag tot herziening wegens ontbreken nieuw, doorslaggevend bewijs
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter Rotterdam uit 2005, waarbij de aanvrager werd veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens het maken van een gewoonte van het kopen van goederen met het oogmerk zich zonder volledige betaling daarvan te verzekeren.
De aanvrager stelde dat hij ten tijde van de terechtzitting wel degelijk gedetineerd was en dat hij niet persoonlijk was gedagvaard, waardoor zijn recht op verdediging was geschonden. Hij voerde aan dat deze omstandigheden hadden moeten leiden tot vrijspraak of een minder zware straf.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde feiten niet kwalificeren als nieuw, bescheiden gestaafd bewijs dat bij het onderzoek aan de rechter niet bekend was en dat het onderzoek zou hebben beïnvloed. Tevens werd verduidelijkt dat een minder zware strafbepaling een strafbepaling is die een lichtere straf bedreigt, en niet het opleggen van een andere sanctie door de rechter. Daarom werd de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuw, doorslaggevend bewijs.