ECLI:NL:HR:2012:BY0839
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad beoordeelt twee middelen van cassatie, waarvan het tweede middel slaagt omdat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden. Dit leidt tot een strafvermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien jaren naar dertien jaar en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak is gedaan in een zaak waarin de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef en meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
De beslissing is genomen zonder nadere motivering van het eerste middel, aangezien dit geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleverde. De uitspraak benadrukt het belang van naleving van de redelijke termijn zoals vereist door het EVRM.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot dertien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.