ECLI:NL:HR:2012:BY0965

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 2 sub d Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP op grond van tienjaarstermijn faillissementswet

Verzoekers tot cassatie hebben beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage dat hun verzoek tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) heeft afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op de toepassing van de tienjaarstermijn zoals neergelegd in artikel 288 lid Pro 2, aanhef en sub d, van de Faillissementswet (Fw).

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het toelatingsverzoek terecht is afgewezen op grond van de wettelijke termijn. Dit arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Loth en in het openbaar uitgesproken door van Oven op 14 december 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP wordt afgewezen op grond van de tienjaarstermijn in artikel 288 lid 2 sub d Fw.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
12/03014
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. E.J.W.F. Deen.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 12.69/70 van de rechtbank Rotterdam van 20 februari 2012,
b. het arrest in de zaak 200.102.779/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 juni 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.