ECLI:NL:HR:2012:BY0970

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03720
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP op grond van tienjaarstermijn in faillissementswet

De zaak betreft een verzoeker die toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) heeft aangevraagd. Dit verzoek werd in eerste aanleg en in hoger beroep afgewezen op grond van de tienjaarstermijn zoals gesteld in artikel 288 lid Pro 2, aanhef en sub d, van de Faillissementswet (Fw).

De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het oordeel van het hof bevestigd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Drion en Snijders en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 14 december 2012.

Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de tienjaarstermijn in de Faillissementswet als grond voor afwijzing van toelatingsverzoeken tot de WSNP, waarmee de rechtszekerheid omtrent deze termijn wordt gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP wordt afgewezen op grond van de tienjaarstermijn in de Faillissementswet.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
12/03720
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 171400/FT-RK 12.511 van de rechtbank Maastricht van 22 mei 2012,
b. het arrest in de zaak HV 200.107.557/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 juli 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.