ECLI:NL:HR:2012:BY3336
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak rechtbank inzake naheffingsaanslag overdrachtsbelasting
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 21 november 2011. Belanghebbende had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank betreffende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Raad van State, waarmee het cassatieberoep niet-ontvankelijk werd verklaard of verworpen zonder inhoudelijke behandeling.
Het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en of de rechtbank in haar uitspraak terecht het verzet van belanghebbende had afgewezen. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om het oordeel van de rechtbank te vernietigen, waarmee de uitspraak van de rechtbank ongewijzigd bleef.
Deze uitspraak bevestigt de rechtskracht van de eerdere beslissing en onderstreept het belang van een juiste procedurele behandeling in belastingzaken. De Hoge Raad heeft hiermee geen nieuwe rechtsregels geformuleerd, maar de bestaande rechtspraak bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgewezen en de uitspraak van de rechtbank inzake de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft ongewijzigd.