ECLI:NL:HR:2012:BY3343
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake AOW-besluit Sociale Verzekeringsbank
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 maart 2012, waarin het hoger beroep werd behandeld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Belanghebbende was het niet eens met het besluit van de SVB omtrent de toepassing van de AOW-regeling en voerde beroep aan bij de rechtbank, waarna hoger beroep volgde bij de Centrale Raad van Beroep. Na behandeling van het hoger beroep werd het beroep verworpen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarmee het beroep in cassatie niet-ontvankelijk werd verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Hiermee werd de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bekrachtigd.
De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van het besluit van de Sociale Verzekeringsbank en de eerdere rechterlijke uitspraken, waarmee de AOW-toepassing in deze zaak definitief is vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is bevestigd.