ECLI:NL:HR:2012:BY3899
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Verlies uit risicovolle belegging tijdelijk overtollige liquide middelen niet aftrekbaar
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot eigenaar van een tandartsenpraktijk in de vorm van een vennootschap onder firma, had tijdelijk overtollige liquide middelen van de onderneming uitgeleend aan een derde zonder zekerheden. Deze vordering stond los van de bedrijfsuitoefening en leidde tot een verlies.
De centrale vraag was of dit verlies ten laste van de winst van belanghebbende mocht worden gebracht. De Hoge Raad bevestigt dat leningen die niet binnen de normale uitoefening van de onderneming worden verstrekt, en met name risicovolle beleggingen van overtollige liquide middelen, niet tot het ondernemingsvermogen behoren.
Het Hof had geoordeeld dat de belegging risicovol was en dat belanghebbende onredelijk handelde door de vordering tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Dit oordeel werd door de Hoge Raad als feitelijk en niet onbegrijpelijk bevestigd, waardoor het middel faalde.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft het oordeel van het Hof dat het verlies niet aftrekbaar is, in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het verlies uit de risicovolle belegging niet aftrekbaar is.