ECLI:NL:HR:2012:BY3914
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in uitleveringszaak
In deze zaak betrof het een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Utrecht inzake een verzoek tot uitlevering van een persoon aan het koninkrijk Noorwegen. De verdachte, vertegenwoordigd door zijn advocaat, stelde cassatieberoep in tegen het uitleveringsbesluit.
De Advocaat-Generaal bracht schriftelijk advies uit waarin werd gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard kon worden op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigden, omdat de appellant klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad heeft daarom, na overleg met de Procureur-Generaal, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest werd uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 20 november 2012, waarbij drie raadsheren en de vice-president aanwezig waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.