ECLI:NL:HR:2012:BY3973

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/04292
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 ROArt. 8:1 AwbArt. 8:7 AwbGrondwet 112Grondwet 118
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter militaire ambtenaren

Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, sector bestuursrecht, die als administratieve rechter heeft gehandeld in een geschil over de toepassing van de Militaire Ambtenarenwet 1931.

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Verzoeker heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad volgt het advies.

Op grond van artikel 78 lid 2 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) neemt de Hoge Raad geen kennis van cassatieberoep tegen uitspraken van rechtbanken die als administratieve rechter optreden, tenzij bij wet anders is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de militaire ambtenarenrechter in deze context.

Het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad schept geen bevoegdheid tot cassatie, maar regelt slechts de kamerindeling. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing bevestigt de beperkte cassatiemogelijkheden tegen uitspraken van administratieve rechters binnen het bestuursrechtelijke militaire domein.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke bevoegdheid.

Uitspraak

23 november 2012
Eerste Kamer
12/04292
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
t e g e n
MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Minister.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar uitspraak in de zaak AWB 06/10052 MAW van de rechtbank 's-Gravenhage van 2 mei 2007.
De uitspraak van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.
[Verzoeker] heeft bij brief van 19 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
[Verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, sector bestuursrecht (militaire ambtenarenrechter). Het betreft hier een uitspraak in een zaak waarvan de rechtbank als administratieve rechter heeft kennis genomen.
Op grond van art. 78 lid 2 RO Pro neemt de Hoge Raad geen kennis van het beroep in cassatie dat is ingesteld tegen uitspraken van de rechtbanken in zaken waarvan zij als administratieve rechter kennis nemen. Weliswaar maakt art. 78 lid 4 RO Pro hierop een uitzondering 'voorzover dit bij wet is bepaald', maar er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, sector bestuursrecht (militaire ambtenarenrechter) als de onderhavige, die is gedaan in een geschil betreffende de toepassing van de Militaire Ambtenarenwet 1931.
Anders dan [verzoeker] aanvoert, schept het Reglement van inwendige dienst van de Hoge Raad geen bevoegdheid, maar bepaalt het uitsluitend welke kamer van de Hoge Raad de zaak behandelt.
[Verzoeker] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 november 2012.