ECLI:NL:HR:2012:BY4581
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling forfaitaire berekeningsmethode privégebruik auto voor omzetbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van T.G. van Laarhoven tegen een uitspraak van de Rechtbank Breda over de toepassing van artikel 15 van Pro de Wet op de omzetbelasting en de Uitvoeringsbeschikking. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU over de uitleg van de Zesde richtlijn inzake de aftrek en heffing van omzetbelasting bij privégebruik van auto's.
Het Hof van Justitie oordeelde dat een nationale regeling die een forfaitaire berekeningsmethode hanteert voor de heffing van omzetbelasting over privégebruik van auto's in strijd is met de Zesde richtlijn indien deze methode niet proportioneel rekening houdt met de daadwerkelijke omvang van het privégebruik. De Hoge Raad bevestigt dat de forfaitaire methode in artikel 15, lid 1, van de Uitvoeringsbeschikking niet proportioneel is en daarmee niet verenigbaar met de richtlijn.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak van de Rechtbank en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling, waarbij de werkelijke uitgaven voor het privégebruik van de auto's moeten worden vastgesteld. Tevens wordt bepaald dat de Staat het betaalde griffierecht en de kosten van de cassatieprocedure aan belanghebbende moet vergoeden. Het verzoek om schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure wordt niet behandeld en kan in de vervolgprocedure worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van de werkelijke uitgaven voor privégebruik van auto's.