ECLI:NL:HR:2012:BY4603
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen tussentijdse beëindiging WSNP wegens onbekende omstandigheid
In deze zaak staat de tussentijdse beëindiging van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) centraal. Verzoekers zijn door de rechtbank Haarlem toegelaten tot de WSNP, maar deze werd later tussentijds beëindigd door het gerechtshof Amsterdam vanwege een omstandigheid die bij het toelatingsverzoek onbekend was.
De verzoekers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarin zij betoogden dat zij niet voldoende gelegenheid hadden gekregen om zich uit te laten over de door de rechter ingewonnen informatie. De Hoge Raad verwijst naar de relevante wetsartikelen, waaronder artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 350 lid 3 onder Pro f van de Faillissementswet.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de WSNP blijft gehandhaafd.