Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2012:BY4617

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00778
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 7:15 AwbArt. 8:75 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak over bezwaar WOZ-waarde en belastingaanslag gemeente Enschede

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting door de gemeente Enschede. Na handhaving van de beschikking en aanslag door de heffingsambtenaar, verklaarde de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond en wees ook het daarop gerichte verzet af.

In cassatie stelde belanghebbende dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard, mede omdat de heffingsambtenaar in de beroepsfase de door belanghebbende verdedigde waarde alsnog had aanvaard. Daarnaast werd aangevoerd dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat alleen taxatiekosten vergoed kunnen worden als het taxatierapport heeft bijgedragen aan de beslissing.

De Hoge Raad oordeelde dat het beroep ten onrechte ongegrond was verklaard en dat het verzet gegrond is. Tevens stelde de Hoge Raad dat aan vergoeding van taxatiekosten niet de eis mag worden gesteld dat het taxatierapport een bijdrage heeft geleverd aan de rechterlijke beslissing over het geschilpunt. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het geding wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De gemeente Enschede wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten van rechtsbijstand in cassatie, en de heffingsambtenaar tot vergoeding van kosten van het verzet.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het verzet gegrond, met toekenning van proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

30 november 2012
Nr. 12/00778
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Almelo van 28 december 2011, nr. AWB 11/790 WOZ, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2010 vastgesteld (hierna: de beschikking). Aan belanghebbende is voor het jaar 2010 wegens het genot krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Enschede opgelegd (hierna: de aanslag) naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de directeur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (hierna: de heffingsambtenaar) bij in één geschrift vervatte uitspraken voormelde beschikking en de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen die uitspraken beroep ingesteld bij de Rechtbank.
De Rechtbank heeft bij uitspraak van 28 september 2011 het beroep ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54, lid 1, letter c, van de Awb. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank op het verzet is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft bij de heffingsambtenaar bezwaar gemaakt tegen de beschikking en de aanslag. Ter motivering van dit bezwaar heeft belanghebbende een taxatierapport overgelegd (hierna: het taxatierapport).
3.1.2. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende is tegen deze uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank.
3.1.3. In de beroepsfase heeft de heffingsambtenaar de door belanghebbende verdedigde waarde alsnog aanvaard. De
heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat het taxatierapport hierbij geen rol heeft gespeeld.
3.2.1. De Rechtbank heeft in de uitspraak van 28 september 2011 geoordeeld dat het taxatierapport niet (wezenlijk) heeft bijgedragen aan de waardeverlaging in beroep en dat de Rechtbank belanghebbende daarom geen vergoeding zal toekennen voor de taxatiekosten.
3.2.2. De Rechtbank heeft het beroep met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb ongegrond verklaard. Het hiertegen gedane verzet is ongegrond verklaard.
3.3.1. De klachten houden onder meer in dat de Rechtbank het tegen de uitspraken van de heffingsambtenaar ingestelde beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De klachten slagen in zoverre. Nu de heffingsambtenaar in beroep de door belanghebbende verdedigde waarde alsnog heeft aanvaard, heeft de Rechtbank het beroep in haar uitspraak van 28 september 2011 ten onrechte ongegrond verklaard. Het tegen die uitspraak gerichte verzet is derhalve gegrond.
3.3.2. Verder bestrijden de klachten terecht het hiervoor in 3.2.1 vermelde oordeel van de Rechtbank. Aan toekenning van een vergoeding voor de kosten van een taxatierapport mag niet de eis worden gesteld dat het taxatierapport een bijdrage heeft geleverd aan de beslissing van de rechter over het geschilpunt ter zake waarvan het is overgelegd (zie HR 16 november 2012, nr. 11/02517, LJN BY2770).
3.4. De uitspraak van de Rechtbank kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan het verzet afdoen.
4. Proceskosten
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De heffingsambtenaar zal worden veroordeeld in de kosten van het verzet.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak op het verzet van de Rechtbank,
verklaart het verzet tegen de uitspraak van de Rechtbank van 28 september 2011 gegrond,
verstaat dat laatstgenoemde uitspraak vervalt en dat de Rechtbank het onderzoek moet voortzetten in de stand waarin het zich bevond,
gelast dat de gemeente Enschede aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 112,
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 874 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Enschede in de kosten van het verzet bij de Rechtbank aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 218,50 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en G. de Groot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2012.