ECLI:NL:HR:2012:BY4669
Hoge Raad
- Cassatie
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling griffierecht in cassatieprocedure
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 28 februari 2012. Volgens art. 3 lid 4 Wet Pro griffierecht burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift worden voldaan. Verzoeker betaalde het griffierecht echter pas vijf dagen na het verstrijken van deze termijn.
De advocaat van verzoeker voerde aan dat de nota griffierecht pas op 26 juni 2012 werd ontvangen en dat eerdere betaling zonder nota en notanummer geen zin had. Tevens werd een beroep gedaan op de hardheidsclausule van art. 282a lid 4 Rv in verbinding met art. 427b Rv en op art. 6 EVRM Pro, stellende dat niet-ontvankelijkverklaring een onevenredig zware sanctie zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de betalingstermijn en de sanctie bij niet-tijdige betaling rechtstreeks uit de wet volgen en dat een advocaat bij de Hoge Raad geacht wordt hiervan op de hoogte te zijn. Het beroep op de hardheidsclausule en het EVRM werd verworpen omdat het verzuim onvoldoende werd gemotiveerd en de sanctie niet onevenredig is. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.